U bent hier: Home / Stedenbouwkundige vergunning / De vergunningsaanvraag / Evaluatie van de milieueffecten

Openbare onderzoeken en overlegcommissies

Sociale media

Evaluatie van de milieueffecten

Bepaalde vergunningsaanvragen moeten worden onderworpen aan een beoordeling van de milieueffecten: hetzij een effectenstudie, hetzij een effectenrapport.

De bijlagen A (milieueffectenstudies) en B (milieueffectenrapporten) van het BWRO bepalen de criteria op basis waarvan de ontwerpen aan een effectenstudie of -verslag 'om stedenbouwkundige reden' worden onderworpen.

Naar aanleiding van de BWRO-wijziging die op 1 september 2013 van kracht ging, behoren de vergunningsaanvragen die aan een voorafgaandelijke effectenevaluatie onderworpen zijn (effectenstudie of effectenrapport), tot de bevoegdheid van de gemachtigde ambtenaar (Gewest), en niet langer tot die van de gemeenten.

Raadpleeg de lijst van de erkende bureaus voor de uitvoering van effectenstudies in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
De aanvraagprocedure voor de erkenning als gelast met de effectenstudie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

1. Milieueffectenstudies (MES)

De effectenstudies gaan over ontwerpen die een aanzienlijke impact kunnen hebben op het milieu. Zij worden daarom zeer grondig uitgevoerd door gespecialiseerde studiebureaus. (Lijst van de erkende studiebureaus op het vlak van effectenstudies in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest)

Zij worden met name verantwoord door het stedenbouwkundige criterium van de overschrijding van de grens van 20 000 m² kantooroppervlakte, door het criterium van de creatie van meer dan 200 parkingplaatsen en door infrastructuurontwerpen.

Sinds de invoering van de milieueffectenbeoordeling in 1993, werden ongeveer 300 effectenstudies uitgevoerd.

2. Milieueffectenrapporten (MER)

De effectenrapporten hebben betrekking op de projecten die slechts een kleinere milieu-impact hebben dan die welke een effectenstudie vereisen. Hun uitvoering is dus eenvoudiger.

De aanvrager van de vergunning zorgt voor het MER en voegt het bij zijn aanvraagdossier.

Het realisatiecriterium van ondergrondse parkings vormt het hoofdmotief van de effectenrapporten. Het wordt vaak met andere motiveringen gecombineerd (plaatsing van voorzieningen, bouw van kantoren, inrichting in een beplante eigendom, …).
Het aantal effectenverslagen is sinds 2005 stabiel gebleven (ongeveer 180 MER-analyses per jaar).

Het Brussel Stedelijke Ontwikkeling (ex-BROH) heeft een vademecum voor de opstelling van een effectenrapport opgesteld zodat de auteur van een MER zich de pertinente vragen over het ontwerp stelt.

 

Vade-mecum voor het opstellen van een effectenverslag

Uw aanvraag tot vergunning, stedenbouwkundig attest of verkavelingsvergunning wordt aan een effectenrapport onderworpen op grond van artikel 142 van het BWRO. U vindt wat uitleg bij de opmaak van dit document in het 'Vademecum voor het opstellen van een effectenverslag'.

 

06-12-2011 10:25
Vademecum voor de opmaak van een effectenrapport bij de wijziging/aanieg van vervoersinfrastructuren

Uw aanvraag tot vergunning, stedenbouwkundig attest of verkavelingsvergunning wordt aan een effectenrapport onderworpen op grond van artikel 142 van het BWRO. U vindt wat uitleg bij de opmaak van dit document in het 'Vademecum voor het opstellen van een effectenverslag'.

 

 

06-12-2011 10:25

3. Opmerking:

Er bestaat ook een ander type milieueffectenbeoordeling: de 'milieueffectenrapporten (MER's)', vereist voor de opmaak van bepaalde plannen (bv. BBP's).

Document acties