U bent hier: Home / Sleutelwoorden

Woordenlijst

Als we het hebben over stedenbouw en planning, doen we vaak een beroep op een jargon. Die beroepseigen woorden zijn voor de burger niet altijd duidelijk.

Ook bepaalde afkortingen keren steeds weer.

A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

Aanhangigmaking van de gemachtigde ambtenaar

De aanhangigmaking van de gemachtigde ambtenaar is geen beroep!
De aanvrager beschikt over deze optie om aan zijn wachten een einde te maken als de gemeente zijn beslissing niet binnen de termijnen heeft betekend.
Mits een reeks voorwaarden worden nageleefd kan de aanvrager zich wenden tot de gemachtigde ambtenaar opdat deze een uitspraak doet over de aanvankelijk bij de gemeente ingediende vergunningsaanvraag.

Opmerking: als de gemeente tekortschiet in de behandeling van een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning en na een verwittiging gericht aan het college van burgemeester en schepenen, kan de gemachtigde ambtenaar zelf het dossier in handen nemen om i.p.v. de tekortschietende gemeente over de aanvraag een uitspraak te doen.

Meer weten?

Axonometrie

Wanneer ze vereist is door het BWRO, dient onder axonometrie de voorstelling, vanuit drie verschillende invalshoeken, te worden verstaan van de drie orthogonale dimensies van het bouw- of uitbreidingsontwerp waardoor het mogelijk wordt een beter begrip te verkrijgen van het ontwerp en van de invloed die het heeft op de omliggende bouwwerken. Ze stelt het gedetailleerde ontwerp voor en met name zijn volumetrie en de gevelopeningen, alsook de volumetrie van de aangrenzende gebouwen. Bij gebrek aan een aangrenzend gebouw bestaat de axonometrie uit de omheiningen van het bouwwerk van de aanvrager.

De axonometrie wordt vereist bij bepaalde grote ontwerpen (bv.: nieuwbouw groter dan 400 m²). Zij wordt door de aanvrager bij het dossier van de vergunningsaanvraag gevoegd en door de gemeente aangeplakt naast de rode affiches van het openbaar onderzoek.

Het is de bedoeling de burger zo goed mogelijk te informeren, hem een duidelijk en concreter zicht te geven op de geplande constructies en hem aan te zetten tot deelname aan het stedenbouwkundige proces.

Beroep

Er bestaan een administratief beroep bij de Regering, toegankelijk voor de aanvrager/houder van een vergunning, als hij niet akkoord gaat met de toekennings- of weigeringsbeslissing (of in geval van het ontbreken van beslissing van de gemachtigde ambtenaar). Ook de gemeente onder bepaalde voorwaarden kan een beroep instellen tegen een vergunning die werd afgegeven door de gemachtigde ambtenaar.
Het beroep wordt gericht aan de Regering, meer bepaald aan het Stedenbouwkundig College.
NB: sinds 2010 is er inzake stedenbouw nog slechts één niveau van administratief beroep mogelijk (beroep bij de Regering, maar het Stedenbouwkundig College brengt nog advies uit);

Er bestaat ook een recht op beroep bij de Raad van State (afdeling administratieve geschillen). Deze beroepsmogelijkheid staat open voor aanvragers/houders van vergunningen, nadat de mogelijkheid van het administratieve beroep is uitgeput, en voor derden.

Meer weten?

Beschermd erfgoed

Monumenten, vastgoedgehelen of landschappen , sites of archeologische vindplaatsen met een erkende erfgoedwaarde:
• beschermd of waarvoor de beschermingsprocedure aan de gang is;
• ingeschreven op de bewaarlijst van het onroerend erfgoed, of waarvan de procedure tot inschrijving op de bewaarlijst aan de gang is.
De vergunningsaanvragen met betrekking tot goederen die deel uitmaken van het beschermde erfgoed, worden behandeld door de gemachtigde ambtenaar en zijn onderworpen aan het advies van de KCML.

Meer weten?

U vindt meer informatie op de sites van Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de Koninklijke Commissie van Monumenten en Landschappen.

Beschermd goed

Een beschermd goed is een goed dat bijzondere bescherming geniet op het vlak van onroerend erfgoed, waarbij rekening wordt gehouden met zijn waarde op historisch, archeologisch, esthetisch, wetenschappelijk, sociaal, technisch en volkskundig gebied.
Op een beschermd goed zijn niet alle werken toegestaan. Er gelden bijzondere regels en procedures: zie 'unieke vergunning'.

Meer weten?

U vindt meer informatie op de sites van Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de Koninklijke Commissie van Monumenten en Landschappen.
 

Bijzondere bestemmingsplannen (BBP’s)

Het bijzonder bestemmingsplan wordt aangenomen door de gemeente. Het bepaalt nauwkeurig hoe het gebied op buurtniveau moet worden georganiseerd . In die zin verfijnt het het gewestelijk bestemmingsplan (GBP) en het gemeentelijk ontwikkelingsplan (GemOP).
Op dit ogenblik zijn zowat 460 BBP’s van toepassing.

Meer weten?

Bouwvergunning

zie « stedenbouwkundige vergunning ».

In de drie gewesten van het land is de benaming « bouwvergunning » vervangen door deze van « stedenbouwkundige vergunning ». De handelingen onderworpen aan deze toelating zijn inderdaad ruimer dan deze van het bouwen.

Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO)

Het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening, kortweg 'BWRO' genoemd, vormt de juridisch basis voor stedenbouw in Brussel: het bepaalt en regelt de grote mechanismen voor ruimtelijke ordening op het Brussels grondgebied.

Het BWRO wordt aangevuld met uitvoeringsbesluiten, die de inhoud van het wetboek verfijnen zodat een concrete toepassing van zijn bepalingen mogelijk is.

Meer weten?

Eensluidend advies

Een 'eensluidend' advies is een dwingend advies. De overheid die over een vergunningsaanvraag een uitspraak dient te doen, dient er rekening mee te houden. Als het advies negatief is, wordt de vergunning niet afgegeven. Is het advies echter positief, kan de overheid die de vergunning afgeeft, er voorwaarden aan koppelen of ze zelfs weigeren.

NB: als een vergunning wordt geweigerd, kan een beroep alleszins nog altijd worden ingesteld.
Voorbeelden van eensluidende adviezen in de stedenbouwkundige procedures: het advies van de gemachtigde ambtenaar, het KCML-advies over de ingrepen aan een beschermd goed, het advies van het college van burgemeester en schepenen in geval van een bestemmingswijziging van een beschermd goed, het advies van de overlegcommissie dat geld als advies van de gemachtigde ambtenaar.

Energieprestatie van gebouwen (EPB)

Milieuregelgeving, aangenomen door de Brusselse regering.
Doel: het energieverbruik van de gebouwen verlagen en daarbij het binnenklimaat verbeteren. De EPB legt normen op qua thermische isolatie, ventilatie, verlichting, klimaatregeling, verwarmingsinstallatie, enz. De procedure voor de behandeling van de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning vormt de 'toegangspoort' voor de EPB-toepassing.

Meer weten?

Meer informatie over de EPB vindt u op de site van Leefmilieu Brussel (BIM).

Evenementen op de openbare ruimte

Ontwerpen van tijdelijke en gelegenheidsinstallaties op de openbare ruimte. De plaatsing van deze installaties vereist een voorafgaande stedenbouwkundige vergunning. Maar er zijn gevallen van vrijstelling van vergunning! De procedure varieert naargelang van de duur van het evenement, de plaats (beschermd landschap of niet), enz.

Meer weten?

Raadpleeg ons 'vademecum openbare evenementen'.

Gebied van culturele, historische, esthetische waarde of voor stadsverfraaiing

Zone waarvan het culturele, historische, esthetische of verfraaiiende karakter bijzondere kwaliteiten bezit en die dient te worden behouden.
Deze zones worden bepaald door het GBP. De vergunningsaanvragen voor een goed dat gelegen is in een g.c.h.e.w.s., worden onderworpen aan het advies van de overlegcommissie als de aanvraag een wijziging inhoudt van het bouwvolume of van de aanblik van de gevels die vanaf de openbare ruimten zichtbaar zijn.

Gebied van gewestelijk belang (GGB)

Zone die wordt bepaald om de herontwikkeling van grote stadskankers mogelijk te maken, om nieuwe stedelijke gebieden aan te leggen of om beschermde gebouwen op te waarderen.
Deze zones worden bepaald door het GBP.
Voor sommige bestaat een richtschema of een BBP.

Gebruik / Doelstelling / Bestemming

GEBRUIK: feitelijk gebruik van een braakliggend goed of van een of meerdere lokalen in een gebouwd goed. Voorbeeld: een handelszaak kan worden gebruikt als beenhouwerij of als bakkerij.
DOELSTELLING: de bedoeling van een braakliggend goed of van een of meer lokalen in een gebouwd goed, die wordt vermeld in de bouw- of de stedenbouwkundige vergunning, of bij het ontbreken van een dergelijke vergunning of vermelding in die vergunning, de BESTEMMING die in de bestemmingsplannen wordt aangegeven. Voorbeelden: woningen, kantoren of handelszaken.

Gemachtigde ambtenaar

Ambtenaar van Brussel Stedelijke Ontwikkeling (ex-BROH), door de regering aangeduid om de diverse stedenbouwkundige taken uit te voeren die het BWRO bepaalt. De regering duidt verschillende gemachtigde ambtenaren aan voor een hernieuwbaar mandaat van 5 jaar.

Meer weten?

Gemeentelijke ontwikkelingsplannen (GemOP’s)

Het gemeentelijk ontwikkelingsplan is een middel voor de ruwe planning van de duurzame ontwikkeling op gemeentelijk niveau. Het sluit aan bij de oriëntaties van het GewOP en is conform het GBP. Ook de inhoud, het indicatieve karakter en de geldigheidsduur (permanent sedert 2004) van een GemOP komen met het GewOP overeen.

Meer weten?

Gemengd project

Een gemengd project is een ontwerp dat, bij de aanvraag, zowel een stedenbouwkundige vergunning vereist als een milieuvergunning voor een inrichting van klasse 1A of 1B.
De gemengde procedure houdt in dat men de aanvraagdossiers voor de stedenbouwkundige vergunning en voor de milieuvergunning tegelijkertijd onderzoekt. Een gemengd project omvat dus 2 vergunningsaanvragen en 2 vergunningen.

Meer weten?
Details op de pagina over Gemend project.

NB : in het Waalse Gewest geldt een stelsel van unieke beslissing van de bevoegde overheid over een gemengd ontwerp, dat enerzijds de milieuvergunning en anderzijds de stedenbouwkundige vergunning vervangt. Deze vergunning heet 'permis unique'. Niet te verwarren met de unieke vergunning in Brussel dat naar de vergunningen voor beschermd erfgoed (stedenbouw en erfgoed) verwijst.

Gewestelijk bestemmingsplan (GBP)

Het gewestelijk bestemmingsplan werd door de regering aangenomen op 03/05/2001.
Het heeft verordenende waarde en bindende kracht en kan beperkingen op het gebruik van de eigendom en zelfs een bouwverbod inhouden.
Het bepaalt de globale bestemming van de verschillende zones van het grondgebied, de voorschriften die er van toepassing zijn en de maatregelen voor de aanleg van de voornaamste verkeerswegen.
Het GBP bevat een eigen woordenlijst.

Meer weten?

Gewestelijke Ontwikkelingscommissie (GOC)

Gewestelijke commissie van 48 experten op het vlak van planning, belast met de analyse en het uitbrengen van adviezen aan de regering over ontwerpen van gewestelijke en gemeentelijke ontwikkelingsplannen, van het gewestelijk bestemmingsplan en over gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen en onteigeningsplannen (als die de uitvoering beogen van het gewestelijke bestemmingsplan).

Meer weten?
De website van de GOC

Gewestelijk ontwikkelingsplan (GewOP)

Het gewestelijk ontwikkelingsplan bepaalt de globale planningsstrategie van de duurzame ontwikkeling van het gewestelijke grondgebied. Het werd door de gewestregering aangenomen op 12/09/2002 en wordt sinds 2009 herwerkt. Het GewOP is het instrument voor de globale gewestelijke planning en de andere plannen (GBP, GemOP en BBP) mogen er zonder expliciete reden niet van afwijken.

Meer weten?

Goede plaatselijke aanleg

Het principe van de 'goede plaatselijke aanleg' is essentieel in stedenbouw. Hij beoogt de integratie van het ontwerp in - en zijn compatibiliteit met - de al dan niet bebouwde onmiddellijke omgeving. Bij de evaluatie van de goede plaatselijke aanleg wordt verschillende elementen afgetoetst, zoals de kenmerken van de buurt, de impact op de onmiddellijke omgeving, de innamedichtheid ...

De administratieve overheid is als enige bevoegd om deze beoordeling maken. Zij gaat hiertoe over telkens als zij een beslissing moet nemen over een vergunningsaanvraag.

KaTKO

Het gaat om de afkorting die betrekking heeft op de « kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten ».

Deze kaart concretiseert het algemeen voorschrift 0.14 van het GBP en is van toepassing in het woongebied met residentieel karakter, het typisch woongebied en het gemengd gebied.

Het Brussels grondgebied is onderverdeeld in een honderdtal « mazen » waarin het saldo is aangeduid van de toelaatbare kantoren per type van gebied en het nummer van de maas.

De KaTKO werd voortdurend aangepast in functie van de afgifte van de vergunningen voor kantoren en/of activiteiten voor de vervaardiging van immateriële goederen.

Meer weten?

 

Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (KCML)

Gewestelijke commissie van experten, belast met vraagstukken rond het behoud en de opwaardering van het onroerend erfgoed.
De KCML brengt adviezen uit over vergunningsaanvragen betreffende goederen die behoren tot het beschermde erfgoed. Afhankelijk van het geval zijn deze adviezen eensluidend of raadgevend.

Meer weten?

Bezoek de website van de KCML.

Milieubeoordeling

Het principe van de milieueffectenbeoordeling van bepaalde openbare of particuliere ontwerpen werd door de Europese richtlijn 85/337/EEG van 27 juni 1985 ingevoerd.

Als hulpmiddel bij de besluitvorming wordt deze regelgeving algemeen beschouwd als een vorm van proactieve milieubescherming die, samen met burgerparticipatie en overleg, kan bijdragen aan een antwoord op de algemene bekommernissen en aan de beleidslijnen van de Europese Unie inzake milieu. Deze richtlijn streeft er van meet af aan naar om vervuiling of geluidshinder te vermijden, door zo vroeg mogelijk rekening te houden met de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van al de ontwerpen, veeleer dan later de gevolgen ervan te bestrijden.

De richtlijn bepaalt dat de ontwerpen die een aanzienlijk effect kunnen hebben op het milieu, met name gezien hun aard, omvang of ligging, worden onderworpen aan een goedkeuringsprocedure en aan de beoordeling van die effecten.

De effecten van een ontwerp op het milieu moeten worden beoordeeld om rekening te houden met het streven de gezondheid van de mens te beschermen, via een beter milieu bij te dragen tot de kwaliteit van het bestaan, toe te zien op de instandhouding van de biodiversiteit en van het reproductievermogen van het ecosysteem als fundamentele grondslag van het leven.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft deze Europese richtlijn met specifieke aanpassingen in het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO) overgenomen. Het voorziet met name de beoordeling van de impact van het ontwerp op sociaal en economisch vlak.

Cf. artikelen 127 tot 148 en de bijlagen A en B.

Milieucollege

College van experten belast met de beroepsbeslissingen, meer bepaald inzake milieuattesten en -vergunningen, administratieve boetes en repressieve maatregelen met betrekking tot milieugegevens en op het vlak van het beheer en de sanering van verontreinigde bodems.

Voor de beroepsprocedure, bezoek de website van de BIM

Milieueffectenrapporten (MER)

Sommige aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning worden aan een effectenrapport onderworpen.

De bijlage B van het BWRO legt de criteria vast die bepalen dat ontwerpen worden onderworpen aan dit type milieueffectenbeoordeling, 'om stedenbouwkundige reden'.

De effectenrapporten hebben betrekking op de projecten die slechts een kleinere milieu-impact hebben dan die welke een effectenstudie vereisen. Hun uitvoering is dus eenvoudiger.

De aanvrager van de vergunning zorgt voor het MER en voegt het bij zijn aanvraagdossier.

Het realisatiecriterium van ondergrondse parkings vormt het hoofdmotief van de effectenrapporten. Het wordt vaak met andere motiveringen gecombineerd (plaatsing van voorzieningen, bouw van kantoren, inrichting in een beplante eigendom,…).
Het aantal effectenverslagen is sinds 2005 stabiel gebleven (ongeveer 180 MER-analyses per jaar).

Brussel Stedelijke Ontwikkeling (ex-BROH) heeft een vademecum voor de opstelling van een effectenrapport opgesteld zodat de auteur van een MER zich de pertinente vragen over het ontwerp stelt.

Het realisatiecriterium van ondergrondse parkings vormt het hoofdmotief van de effectenrapporten. Het wordt vaak met andere motiveringen gecombineerd (plaatsing van voorzieningen, bouw van kantoren, inrichting in een beplante eigendom, …).
Het aantal effectenverslagen is sinds 2005 stabiel gebleven (ongeveer 180 MER-analyses per jaar).

Milieueffectenrapporten van de plannen en programma's (MER)

Sinds de inwerkingtreding van de Europese richtlijn 2001/42/EG dient bij elk ontwerpplan of programma, dat aanzienlijke effecten op het milieu kan hebben, een MER te worden gevoegd. Enkel nadrukkelijk vermelde uitzonderingen ontsnappen hieraan. De plannen die aan een MER worden onderworpen, doorlopen verschillende etappes van een goedkeuringsprogramma.

Volgende fases zijn minimaal noodzakelijk vóór de redactie van het definitieve plan:

  • het lastenboek van het MER wordt uitgewerkt en aan verschillende instanties voorgelegd,
  • de opstelling van het eigenlijke MER,
  • het openbaar onderzoek van het plan en van het MER, allerlei adviezen,
  • de beslissingname en de bekendmaking van de beslissing.

De ordonnantie van 18 maart 2004, gewijzigd bij de ordonnantie van 10 juli 2008, houdt in dat de milieubeoordeling gebeurt tijdens de uitwerking van het plan of van het programma en vooraleer dit wordt aangenomen of aan de wettelijke of voorgeschreven procedure wordt onderworpen.

Als een milieubeoordeling vereist is op basis van artikel 4, § 1, wordt een rapport gemaakt van de milieueffecten. Dat rapport bakent de vermoedelijke aanzienlijke effecten van de uitwerking van het plan of programma af, beschrijft ze en evalueert ze. Het bevat ook de eventuele redelijke alternatieven die rekening houden met het doel en de geografische werksfeer van het plan of van het programma.

Bijgevolg is elk ontwerp of elke herziening van het GPDO (Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling), gemeentelijk ontwikkelingsplan (GemOP), gewestelijk bestemmingsplan (GBP) onderworpen aan de milieubeoordeling en moet er telkens een milieueffectenrapport worden bijgevoegd.

Dit geldt ook voor de bijzondere bestemmingsplannen (BBP's). Als echter het ontwerpplan of de herziening geen aanzienlijk effect op het milieu kan hebben, kan de gemeenteraad beslissen dat er geen MER wordt gemaakt.

Milieueffectenstudies (MES)

Sommige aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning worden aan een effectenstudie onderworpen.

De bijlage A van het BWRO legt de criteria vast die bepalen dat ontwerpen worden onderworpen aan dit type milieueffectenbeoordeling, 'om stedenbouwkundige reden'.

De effectenstudies gaan over ontwerpen die een aanzienlijke impact kunnen hebben op het milieu. Zij worden zeer grondig uitgevoerd door gespecialiseerde studiebureaus.

Zij worden met name verantwoord door het stedenbouwkundige criterium van de overschrijding van de grens van 20 000 m² kantooroppervlakte, door het criterium van de creatie van meer dan 200 parkingplaatsen en door infrastructuurontwerpen.

Sinds hun invoering in 1993, werden ongeveer 300 effectenstudies uitgevoerd.

Meer weten?

'Om de lijst te raadplegen van de erkende bureaus voor de uitvoering van effectenstudies in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, klikt u op deze link.'

 

'Om de aanvraagprocedure te kennen voor de erkenning als gelast met de effectenstudie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, klikt u om deze link.'

Milieueffectenverslagen (MEV) van de BBP's

Elk ontwerp van bijzonder bestemmingsplan (BBP) wordt automatisch onderworpen aan een MEV, tenzij Brussel Stedelijke Ontwikkeling (ex-BROH) en Leefmilieu Brussel het advies van het ontbreken van aanzienlijke effecten op de omgeving van het voorgestelde BBP-ontwerp aanvaarden, dat de betreffende gemeenteraad verschaft.

Openbaar onderzoek

Periode, die doorgaans 15 dagen duurt, tijdens dewelke de burgers de dossiers van de vergunningsaanvraag in kwestie kunnen inzien. Openbare onderzoeken worden georganiseerd door de gemeenten. Ze worden bekendgemaakt aan de hand van rode affisches die aangeplakt worden in de buurt van het goed waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft. Het openbaar onderzoek maakt deel uit van de speciale regels van openbaarmaking.

Ten minste de helft van de voorgeschreven termijn van een openbaar onderzoek valt buiten de periode van de zomer-, Paas- en Kerstschoolvakanties.

Meer weten?

Meer informatie over de openbare onderzoeken en vernemen welke aan de gang zijn? De meeste gemeentebesturen publiceren ze online.

Overlegcommissie (OC)

Raadgevende instelling die bestaat uit vertegenwoordigers van de gemeente en van de gewestelijke besturen en instellingen die te maken hebben met ruimtelijke ordening (Brussel Stedelijke Ontwikkeling (ex-BROH), Leefmilieu Brussel (BIM), Citydev (GOMB), Brussel Mobiliteit (BUV), Brussel Economie en Werkgelegenheid).

De commissie komt samen en brengt een advies uit over de vergunningsaanvragen waarvoor dat advies is vereist. Dat advies helpt de overheid die belast is met de aflevering van de vergunning, bij het nemen van haar beslissing. Het advies van de overlegcommissie is raadgevend. In het kader van een vergunningsaanvraag kan het OC-advies enkel gevraagd worden in de gevallen van de uitputtende opsomming in de stedenbouwkundige regelgeving.

Meer weten?

Meer informatie over de agenda's en gepubliceerde adviezen van de overlegcommissies vindt u op de gemeentelijke websites.

Plan voor erfgoedbeheer

Document, op haar eigen initiatief of op initiatief van derden aangenomen door de regering, dat een geheel van werken, doelstellingen en middelen vastlegt met het oog op een efiiciënter beheer van (beschermde of bewaarde) architecturale gehelen, gebouwen met meerdere verdiepingen of beschermde landschappen die gekenmerkt worden door de samenhang tussen de steeds terugkerende elementen van hun voornaamste elementen.
Het beheersplan wil het harmonieuze behoud van deze gehelen waarborgen. Het plant daarbij de ingrepen die noodzakelijk zijn voor hun behoud en bevordert de globale renovatieoperaties.
De werken die conform het plan zijn, genieten een lichtere vergunningsprocedure of zelfs vrijstelling van vergunning. Het plan voor erfgoedbeheer werd na advies van de KCML aangenomen door de regering. Het heeft een onbeperkte geldigheidsduur, maar kan worden gewijzigd.

Plan voor Internationale Ontwikkeling (PIO)

Het Plan voor Internationale Ontwikkeling voor Brussel werd op 20/12/2007 door de gewestregering aangenomen. Het PIO staat niet op hetzelfde niveau als het GewOP. Het is een evolutief programma, dat de dynamiek creëert die nodig is voor de promotie van het internationale karakter van Brussel en voor het behoud van de concurrentiële plaats van de stad tussen de andere Europese steden (op de 4e à 6e plaats, afhankelijk van de rangschikking).
Het PIO behoort dus tot het gewestelijke beleid.
Het PIO bepaalt 5 hoofddoelstellingen:

  1. de uitwerking van een stadsmarketing op grond van de talrijke identiteiten van Brussel;
  2. de oprichting van 10 ontwikkelingspolen, gebaseerd op voorzieningen met internationale reikwijdte;
  3. de verbetering van de leefkwaliteit in Brussel en de ontwikkeling van comfortvoorzieningen;
  4. organisatie van een efficiënter bestuur;
  5. de ondersteuning van een duurzame economische ontwikkeling.

De 2e doelstelling vloeit voort uit de vaststelling dat Brussel op het vlak van grote voorzieningen tekortschiet. De voornaamste hefboomgebieden en de gebieden van gewestelijk belang, waar de richtschema’s sinds 2004 worden toegepast, maken deel uit van de 10 ontwikkelingspolen waar deze voorzieningen van collectief belang en met internationale reikwijdte moeten komen.

Publieksevenementen

Ontwerpen van tijdelijke gelegenheidsinstallaties op de openbare ruimte.

De plaatsing van deze installaties vereist een voorafgaande stedenbouwkundige vergunning.
Maar er zijn gevallen van vrijstelling van vergunning!

De procedure varieert naargelang van bv. de duur van het evenement, de plaats (beschermd landschap of niet).

Meer weten?

Raadpleeg ons 'vademecum openbare evenementen'.

Richtschema’s

Het richtschema kondigt de grote tendensen aan qua aanleg of herinrichting van specifieke zones op het grondgebied (hefboomgebieden van het GewOP of gebieden van gewestelijk belang van het GBP). Aangezien het geen verordenende kracht heeft, vervangt het niet de bestaande instrumenten zoals de BBP's. Voorafgaand aan de andere plannen van aanleg biedt het een overzicht en bepaalt het een operationeel actiekader (voornaamste interventieopties en vereiste middelen).

Op dit moment zijn er 7 richtschema's. Sommige worden nog opgesteld, andere zijn al goedgekeurd.

Meer weten?

Sanctionerende Ambtenaar

De Sanctionerende Ambtenaar behandelt de dossiers die door de gemeentelijke en gewestelijke controleurs opgesteld zijn en onderzoekt de verweermiddelen van de overtreders. Hij kan administratieve boetes en aanpassingsmaatregelen opleggen om het misdrijf te beëindigen.

Meer weten?

Speciale regels van openbaarmaking (SRO)

De speciale regelen van openbaarmaking zijn maatregelen om de bevolking te informeren en te raadplegen. Tegelijk dienen ze om de administratieve overheden zo goed mogelijk te informeren. Ze omvatten een openbaar onderzoek, gevolgd door een vergadering van de overlegcommissie die daarna advies uitbrengt. De vergunningsaanvragen zijn onderworpen aan de speciale regelen van openbaarmaking in de gevallen bepaald door de stedenbouwkundige regelgeving (BWRO, GBP, BBP ...).

Meer weten?

Stedenbouwkundig attest

Het stedenbouwkundig attest is een document dat vóór de aanvraag tot stedenbouwkundige of verkavelingsvergunning kan worden aangevraagd.

Het is een principieel akkoord dat aangeeft of een project kan worden toegelaten en het bepaalt de voorwaarden daartoe. Het biedt garanties betreffende de haalbaarheid van het project en licht de bestemmingsmogelijkheden toe.

In de praktijk worden stedenbouwkundige attesten voornamelijk aangevraagd voor grootschalige projecten: de aanvrager wil garanties voor de haalbaarheid van de vergunning.
Een stedenbouwkundig attest is eveneens verantwoord alvorens te investeren in de aankoop van een grond, om te weten of het geplande programma aanvaardbaar is qua bouwprofielen en bestemmingen.

De procedure voor het bekomen van stedenbouwkundige attesten is vergelijkbaar met die voor de vergunningen. De inhoud van het dossier is echter beperkter (plannen vermelden bv. geen installatiedetails).
De afgegeven stedenbouwkundige attesten blijven geldig gedurende maximum twee jaar, zonder mogelijkheid tot verlenging.

Een attest stelt de aanvrager niet vrij van vergunning. Die blijft nodig voor de uitvoering van de handelingen en werken waarop het stedenbouwkundig attest betrekking heeft.

Meer weten?

Stedenbouwkundig College

College van deskundigen, belast met het uitbrengen van advies in het kader van de schorsings- en de vernietigingsprocedure van de vergunningen (toezichthoudende bevoegdheid van het Gewest over de gemeenten) en in het kader van het beroep bij de regering tegen de beslissingen (of het ontbreken van beslissing) van het college van burgemeester en schepenen of van de gemachtigde ambtenaar.

Meer weten?

Stedenbouwkundige lasten

Bijkomende verplichting die sommige vergunningen opleggen. In dat geval is de afgifte van de vergunning afhankelijk van de uitvoering of de betaling van lasten. Als deze lasten niet worden voldaan binnen de 2 jaar na de afgifte van de vergunning, vervalt deze vergunning. . De lasten kunnen in natura (bouwwerken) of in contant geld (storting van een geldsom) worden geëist. Er bestaan facultatieve en verplichte lasten.

Stedenbouwkundige vergunning

De stedenbouwkundige vergunning is een bestuurlijke toelating die je nodige hebt om bepaalde werken uit te voeren: bouwen, afbreken, verbouwen, de bestemming van het gebouw wijzigen, een boom vellen, ... De vergunning dient vooraf te gaan aan de uitvoering van de handelingen en werken.

Meer weten?

Raadpleeg de rubriek « Wat is een stedenbouwkundige vergunning ? »

Unieke vergunning

In het stedenbouwkundige jargon verwijst 'unieke' vergunning naar de stedenbouwkundige of verkavelingsvergunning met betrekking tot het beschermde erfgoed; m.a.w. voor een goed dat helemaal of gedeeltelijk op de bewaarlijst werd geplaatst of beschermd is, of waarvan de procedure voor de bescherming of de plaatsing op de bewaarlijst op dat moment loopt, ongeacht of de handelingen en werken betrekking hebben op de delen van dit goed, op de bewaarlijst geplaatst of beschermd, of deel uitmaken van een procedure tot het plaatsen op die bewaarlijst of tot bescherming.

De unieke vergunning omvat een luik stedenbouw en een luik erfgoed.

Meer weten?

Meer gegevens vindt u op de pagina over de unieke vergunning.

Tip: Op de site van de Directie Monumenten en Landschappen kunt u, gemeente per gemeente, de lijst van de beschermde monumenten en landschappen van het Brussels gewest raadplegen. U verneemt er ook alles over de toekenningsvoorwaarden van de subsidies om aan beschermde goederen bepaalde werken uit te voeren.


NB: het begrip 'unieke vergunning' zoals het in Brussel wordt gebruikt, mag niet worden verward met 'permis unique' in het Waalse Gewest. In het Waalse Gewest verwijst de 'permis unique' naar de unieke beslissing van de bevoegde overheid over een gemengd ontwerp, en vervangt het de milieuvergunning enerzijds en de stedenbouwkundige vergunning anderzijds.

Verkennend bodemonderzoek (VBO)

Het verkennend bodemonderzoek kan worden vergeleken met een plaatsbeschrijving van het terrein. Het brengt een eventuele verontreiniging van de bodem of het grondwater aan het licht en bepaalt de omvang en de aard ervan, evenals de noodzaak van een behandelingsprocedure. Een erkend bodemverontreinigingsdeskundige voert dit verkennend bodemonderzoek uit.

Meer info over de gevolgen van het VBO voor de stedenbouwkundige vergunningen?

Voorkooprecht

Het voorkooprecht biedt aan de openbare overheden de mogelijkheid om met voorrang een onroerend goed aan te kopen dat vrijwillig door zijn eigenaar wordt te koop aangeboden. In die zin is de uitoefening van dit recht een instrument van grondbeheer en van strijd tegen de grondspeculatie.

Dit instrument bestaat in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sedert de inwerkingtreding van de ordonnantie van 18 juli 2002 betreffende het voorkooprecht die aanzienlijk werd gewijzigd door de ordonnantie van 19 maart 2009, die in werking trad op 17 april 2009. Het gaat om Titel VII van het BWRO.

U wilt de zones kennen die aan het voorkooprecht onderhevig zijn?
Ga naar : www.voorkooprecht.irisnet.be
De grondregie maakt een inventaris - en houdt deze up-to-date - van de eigendommen in de perimeters van voorkoop. De notarissen dienen er bij de voorbereiding van hun akten naar te verwijzen.

U wilt meer vernemen over het voorkooprecht in Brussel?
Het Agentschap voor Territoriale Ontwikkeling (ATO) voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest stelt een geactualiseerde vademecum ter beschikking van Brusselse actoren die betrokken zijn bij stadsbeheer. Ze kunnen ernaar verwijzen als zij het voorkooprecht moeten uitoefenen of laten uitoefenen.

Document acties